Olijfolie staat in vrijwel elke keuken, maar welke soort gebruik je waarvoor — en hoe zorg je dat ‘ie lekker blijft? In dit weetje zetten we de soorten op een rij en geven we je praktische tips, want goed olijfolie bewaren maakt echt verschil voor de smaak.
De soorten op een rij
- Extra vergine olijfolie — de hoogste kwaliteit, koud gewonnen uit de eerste persing. Volle, fruitige smaak. Ideaal om gerechten mee af te maken, voor dressings en dipsauzen, en prima voor zacht tot matig bakken.
- Vergine olijfolie — ook puur en koud gewonnen, maar met een iets minder verfijnde smaak dan extra vergine.
- (Gewone) olijfolie — een mildere, geraffineerde olie, vaak met wat vergine olie erbij. Neutralere smaak en geschikt voor warmer bakken en braden.
Waar gebruik je welke voor?
Wil je de smaak van de olie proeven — over een salade, pasta, soep of geroosterde groenten — pak dan extra vergine en voeg ‘m het liefst op het laatst toe. Ga je bakken of braden op hoger vuur, dan is gewone olijfolie een prima keuze: milder van smaak en bestand tegen meer hitte. Verhit olie nooit tot ‘ie gaat roken; dan verbrandt ‘ie en wordt de smaak bitter.
Olijfolie goed bewaren
Olijfolie heeft drie vijanden: licht, warmte en lucht. Bewaar de fles daarom koel, donker en goed afgesloten — dus niet naast of boven het fornuis, hoe handig dat ook is. Een donkere fles of blik beschermt beter tegen licht dan helder glas. Na opening gebruik je de olie het best binnen een paar maanden; check ook de houdbaarheids- of oogstdatum op het etiket.
Tips
- Gebruik je weinig olijfolie? Koop een kleinere fles, dan blijft ‘ie vers.
- Let bij het kopen op “extra vergine” én een recente oogstdatum.
- Bewaar ‘m niet in de koelkast: door de kou kan olijfolie troebel worden of stollen. Dat is onschuldig — bij kamertemperatuur wordt ‘ie vanzelf weer helder.
- Ruikt of smaakt de olie wrang of “oud”? Dan is ‘ie waarschijnlijk ranzig geworden; vervang ‘m.