Uien zijn de stille basis van bijna elk hartig gerecht, maar er is meer keuze dan je denkt. In dit weetje zetten we de belangrijkste soorten op een rij, leggen we uit waar je ze voor gebruikt en geven we praktische tips voor het uien bewaren, zodat je er altijd lekker mee kookt.
De belangrijkste uiensoorten
Elke ui heeft zijn eigen smaak en gebruik. Dit zijn de soorten die je het vaakst tegenkomt:
- Gele (gewone) ui – de allrounder met een stevige, pittige smaak die zoeter wordt bij het bakken. Ideaal voor soepen, stoofgerechten, sauzen en bakgerechten.
- Rode ui – milder en wat zoeter, met een mooie kleur. Lekker rauw in salades en op een broodje, maar ook fijn gegrild of gekarameliseerd. En leuk en lekker om in te maken in azijn.
- Witte ui – frisser en scherper dan de gele (gewone) ui. Veel gebruikt in de Mexicaanse en mediterrane keuken, bijvoorbeeld in salsa. We zien ’m in Nederland niet zo vaak, maar hij is erg lekker.
- Sjalot – fijn en verfijnd van smaak, ideaal voor sauzen, dressings en gerechten waar je een subtiele uiensmaak wilt. Je hebt ronde en langwerpige sjalotten, die laatste wordt ook wel banaan-sjalot genoemd.
- Lente-ui (bosui) – mild en fris, je gebruikt zowel het witte als het groene deel. Lekker rauw als garnering of kort meegebakken in een roerbakgerecht.
Welke ui gebruik je waarvoor?
De vuistregel: wil je gaan bakken of stoven, dan is de gele (gewone) ui bijna altijd een goede keuze. Voor rauw gebruik in salades en sandwiches pak je een rode of een milde witte ui. Heb je een fijne saus of vinaigrette in gedachten, dan geeft een sjalot het mooiste, verfijnde resultaat. En voor een frisse afwerking strooi je op het laatst wat lente-ui over je gerecht.
Uien bewaren
Goed uien bewaren begint bij een droge, donkere en koele plek met wat luchtcirculatie, bijvoorbeeld in een mandje of een netje in de voorraadkast. Zo blijven hele, ongeschilde uien lang goed.
- Bewaar uien niet naast aardappelen: ze laten elkaar sneller bederven.
- Een aangesneden ui bewaar je afgedekt in de koelkast en gebruik je binnen een paar dagen.
- Lente-uien horen wél in de koelkast, het liefst in de groentela.
- Gooi uien weg die zacht aanvoelen, schimmel vertonen of al flink uitlopen.
Koop- en gebruikstips
Kies uien die stevig aanvoelen, met een droge, papierachtige schil en zonder zachte plekken of groene scheuten. Een ui die al uitloopt of muf ruikt, laat je liggen. Snij je uien en wil je de scherpte temperen, spoel de stukjes dan kort onder koud water of leg ze even in koud water voor rauw gebruik.
Tips
- Staat er in een recept dat je ui of sjalot moet snipperen en kort moet stoven, smoren of aanzetten? Voeg dan altijd een snufje zout toe – het stoven gaat dan sneller.
- Karameliseer gele (gewone) uien rustig op laag vuur voor een zoete, diepe smaak in soepen en op een burger. Doe er vooral géén suiker bij! Door ze lang (15-20 minuten) op laag vuur te smoren worden uien vanzelf zoetig – echt heel lekker.
- Snijd uien met een scherp mes; dat beschadigt minder cellen en scheelt in tranen.
- Bewaar overgebleven sjalotjes apart, ze drogen sneller uit dan grote uien.
- Hou de groene delen van lente-ui apart om op het laatst over je gerecht te strooien.