Een echte golden oldie en pure comfort: lekkere runderworstjes van de slager, langzaam goudbruin gebakken aardappeltjes en bloemkool met een romig kerrie-kaassausje. Simpel, maar als je de aardappeltjes de tijd geeft, smul je je vingers erbij af. — del Forno
Ingrediënten
Hoofdgerecht (2 personen):
- 4 runderworstjes van de slager
- 500 g half-kruimige of vastkokende aardappels (net wat je in huis hebt)
- Klont boter + scheutje olie
- 1 bloemkool, in roosjes
- Zout en peper
Kerrie-kaassaus:
- 30 g boter
- 30 g bloem
- 400 ml melk
- 75-100 g geraspte (jong belegen) kaas
- 1-2 tl kerrie
- Zout en peper
Bereiding
- Schil de aardappels (mag, maar met schil is ook erg lekker) en kook ze in ongeveer een kwartier net gaar. Giet af.
- Snijd de gekookte aardappels in stukken — zo groot als je zelf wilt. Bak ze in een anti-aanbakpan met wat boter en olie op niet te hoog vuur (standje 3-4 van de 10). Schep niet te vaak om: door ze rustig te laten pruttelen krijgen ze een heerlijk korstje, en het is niet erg als een stukje niet rondom krokant is. Vergeet het zout niet!
- Kook of stoom de bloemkoolroosjes in 8-10 minuten beetgaar.
- Maak de kerrie-kaassaus: smelt de boter, roer de kerriepoeder erdoor en laat een minuutje zachtjes pruttelen. Voeg de bloem toe — het wordt nu een soort deegballetje (roux). Giet de melk er in één keer bij en roer goed met een garde tot alle roux is opgelost.
- Let nu even op: de saus lijkt eerst heel dun en gaat pas binden bóven de 85°C. Zet het vuur half hoog en blijf goed roeren (anders krijg je een dikke koek op de bodem). Voel af en toe aan de zijkant van de steelpan om in te schatten hoe warm de saus is (niet doen als je op gas kookt). Ineens zie je de saus opstijven — zet het vuur dan snel lager, gaar nog even door en roer de geraspte kaas erdoor (een pollepel is handig). Proef en voeg eventueel nog kerrie, zout en peper toe.
- Bak de runderworstjes rondom mooi bruin en gaar, zo’n 10-12 minuten.
- Serveer de bloemkool met de kerrie-kaassaus, de aardappels en de worstjes ernaast.
Tips
- Saus te dik? Roer er een scheutje warme melk doorheen tot ‘ie weer soepel is.
Waarom dit werkt
De aardappels eerst koken en daarna rustig in boter en olie bakken geeft een zacht binnenste met een krokant korstje — laag vuur en niet te vaak omscheppen zijn daarbij het geheim. De saus is een klassieke roux: door de bloem in de boter (met de kerrie) te garen en er melk bij te roeren, bindt hij tot een gladde bechamel zodra je boven de 85°C komt. Kerrie en kaas geven die hartige, troostrijke umami.
Veelgestelde vragen
Kan ik een andere worst gebruiken?
Zeker. Een goede verse worst van de slager (rund, of een rund-varkensmix) werkt het best omdat ‘ie sappig blijft en mooi bruint. Magere of voorgegaarde worsten kunnen ook, maar bak ze dan iets korter zodat ze niet uitdrogen.
Hoe voorkom ik een klonterige saus?
Bak eerst de roux van gelijke delen boter en bloem een paar minuten, en voeg dan de melk béétje bij beetje toe terwijl je blijft roeren met een garde. Zo los je de bloem gelijkmatig op. Toch klontjes? Even goed doorkloppen of door een zeef gieten lost het op.
